Sporters zijn heel bijgelovig. Vooral topsporters hebben er een handje van. Bijgeloof in de sport kun je als sportfabels zien: sporters doen bizarre dingen omdat ze geloven of hopen dat het hun winkansen vergroot. Larie?
Rituelen
Sporters verzinnen verschillende rituelen: voor de wedstrijd een kus op het T-shirt geven, pannenkoeken eten of drie keer naar de wc gaan. Bijgeloof kan heel ver gaan. Bij een heel belangrijke wedstrijd, doet een sporter soms wel veertien dingen of meer achter elkaar! Het verschilt per sporter hoe vaak en wat hij doet.
Lariekoek
Het is natuurlijk onzin dat het zoenen van een T-shirt de toekomst bepaalt. Een wedstrijd is alleen zo spannend, dat sporters zich door bijgeloof tot rust sussen. Het idee is: ‘Wees niet zenuwachtig. Als ik vóór de wedstrijd drie keer op mijn neus tik, dan win ik vast en zeker.’ De toekomst is natuurlijk niet te voorspellen. Soms kun je doen wat je wil (bijgeloof of niet) en verlies je alsnog. Je uiterste best doen heeft altijd nog het beste effect.
Adem in, adem uit
Toch vragen wetenschappers zich af… als zoveel topsporters bijgelovig zijn, dan moet het toch effect hebben? Een idee is dat bijgeloof sporters kalmeert en voor zelfvertrouwen zorgt. Hij praat zichzelf moed in (‘ik heb pannenkoeken op, alles komt goed’), ontspant en presteert daardoor misschien beter. Dit is nooit wetenschappelijk bewezen, maar het zou goed kunnen!
Onhandig
Bijgeloof is over het algemeen onschuldig, maar niet altijd handig. Soms gaat een sporter te ver in zijn rituelen. Zo was er ooit een karateka die tijdens wedstrijden de hele tijd zijn broekspijp aanraakte. Daardoor was hij constant afgeleid. Dan is bijgeloof niet nuttig!
Weetje
Trainers hebben ook rituelen die ze uitvoeren! Zo zijn er trainers die bijvoorbeeld heel vaak hun bril schoonmaken als er een belangrijke wedstrijd te spelen is. Ook zij zetten alles op alles om de grote prijzen binnen te halen. Bijgeloof… het is maar een raar begrip.
|